Amotivationeel syndroom

Amotivationeel syndroom: symptomen, oorzaken, behandeling en het verband met cannabis

Amotivationeel syndroom is een klinisch erkende, psychiatrische stoornis die zorgt voor een ernstige afname in motivatie, ambitie en doelgericht gedrag. Dit gaat gepaard met apathie en onverschilligheid. De oorzaken van het amotivationeel syndroom zijn vooral chronisch gebruik van cannabis of bijwerkingen van SSRI-antidepressiva. Naar schatting kampt een kleine 10% van alle cannabisgebruikers met de klachten, volgens Amerikaanse onderzoekers in een studie uit 2018 in Psychology of Addictive Behaviors, en minstens 20% van alle SSRI-gebruikers. Op deze pagina wordt een volledige uitleg gegeven over wat amotivationeel syndroom is en hoe het wordt herkend, de redenen waarom de klachten ontstaan en wat de beste opties voor behandeling zijn.


Wat is amotivationeel syndroom?

Amotivationeel syndroom is een verzameling symptomen waarbij de motivatie en ambitie afnemen, en iemand minder in staat is om complexe plannen uit te voeren. De verschillende klachten zijn meestal op te merken als een groeiende desinteresse en onverschilligheid in sociale contacten, werk, studie en hobby’s die eerst wel als plezierig of belangrijk werden ervaren. Het syndroom komt vooral voor bij zwaar cannabisgebruik en onder mensen die SSRI’s nemen, een populaire groep antidepressiva, volgens een studie uit 2019 in Pharmacology & therapeutics. Hoewel amotivationeel syndroom geen officiële diagnose is volgens het handboek voor psychologen, de DSM-5, heeft het wel klinische relevantie. Dit betekent dat het in de praktijk mee wordt genomen bij behandeling van psychische aandoeningen of verslaving.

Geschiedenis en herkenning

In de jaren ’60 merkten artsen en psychiaters gedragsveranderingen op bij Amerikaanse soldaten en studenten die zwaar en chronisch cannabis gebruikten, volgens een verslag uit 2009 in The Lancet. Deze gebruikers vertoonden veel meer passiviteit, een verlies van toekomstgerichte planning, en een focus op het ‘nu’ dan eerst. Sommige wetenschappers stelden eerst dat deze symptomen het gevolg waren van onderliggende psychische aandoeningen of onderdeel van de subcultuur van de cannabisgebruikers. Maar door het toenemend aantal klinische casussen, vermoedden steeds meer onderzoekers een oorzakelijk verband met het gebruik van cannabis.

Vanaf de jaren ’90 werd duidelijk dat amotivatie en apathie ook op kunnen treden bij patiënten die SSRI-antidepressiva gebruiken. Behandelaars noemen dit ook wel emotionele vervlakking of apathy-syndroom. Er wordt nog steeds onderzoek gedaan naar de precieze oorzaken van pathologische apathie door gebruik van drugs en medicijnen, volgens neurowetenschapper Jonathan Roiser van het Britse Institute of Cognitive Neuroscience.

Verschil met depressie en apathie

Symptomen van het amotivationeel syndroom overlappen met die van een depressie en normale apathie, zoals verminderd plezier en initiatief, maar er zijn ook fundamentele verschillen. Bij een depressie gaat het in de kern om een diep gevoel van neerslachtigheid, schuld en lijden. Bij amotivationeel syndroom is de kern juist onverschilligheid en leegte, en is er niet per se verdriet of pijn, volgens patiënten die zowel depressieve episodes hebben meegemaakt als het amotivationeel syndroom.

Hoewel apathie een belangrijk symptoom is van het amotivationeel syndroom, zijn de klachten breder, volgens een studie uit 2020 in Journal of Dual Diagnosis. Het syndroom omvat de combinatie van apathie en een verlies van drijfveren in het leven door een externe factor, zoals een verslavend middel of medicijn.


Wat zijn de symptomen van amotivationeel syndroom?

De symptomen van amotivationeel syndroom zijn emotionele, cognitieve en gedragsmatige veranderingen. Hieronder worden alle symptomen van het amotivationeel syndroom in een lijst opgesomd en besproken.

Emotionele symptomen

  • Emotionele afvlakking: Duidelijk minder emoties hebben en tonen. Minder sterke pieken en dalen hebben in emoties en je ‘vlak’ of ‘verdoofd’ voelen. Volgens onderzoeker Jonathan Price van de Universiteit van Oxford wordt dit gebrek aan communicerend vermogen en emotionele afvlakking vooral veel genoemd onder SSRI-gebruikers.
  • Apathie: Een fundamenteel gebrek hebben aan interesse, bezorgdheid of enthousiasme over het leven in het algemeen. Onverschilligheid ervaren ten opzichte van gebeurtenissen die normaal juist sterke emoties zouden oproepen. Volgens een studie uit 2018 in Nature Reviews Neuroscience komt dit vooral door verstoringen in de dopaminerge systemen, wat vaak voorkomt bij cannabisgebruik.
  • Anhedonie: Onvermogen om plezier te ervaren uit activiteiten die voorheen wel plezier gaven, zoals hobby’s, eten of sociale interacties. Volgens psychiater Michael Bloomfield van University College London komt dit vooral doordat antidepressiva en chronisch gebruik van cannabis de beloningscircuits aantasten.
  • Chronische verveling: Een aanhoudend gevoel van leegte en desinteresse, en moeite hebben om voldoening te vinden.
  • Dysforie: Een algemeen gevoel van onbehagen, ontevredenheid of lichte irritatie, vaak gecombineerd met de leegte die anhedonie met zich meebrengt.
  • Gevoel van loslating: Het gevoel losgekoppeld te zijn van de eigen emoties of de werkelijkheid. Dit staat ook wel bekend als milde depersonalisatie/derealisatie. Volgens een studie uit 2020 in Addiction Biology versterkt chronisch cannabisgebruik deze gevoelens vanwege effecten op de prefrontale cortex, een belangrijk deel van de hersenen dat onder meer emoties reguleert.

Cognitieve symptomen

  • Concentratieproblemen: Veel moeite hebben met het vasthouden van de aandacht door een verminderd concentratievermogen. Regelmatig afgeleid zijn of inefficiënt werken bij taken die focus vereisen. Volgens een studie uit 2013 in Neuropsychology review verstoort cannabis onder meer de aandachtsspanne door de effecten van THC op de hersenen.
  • Geheugenstoornissen: Complexe berekeningen minder goed kunnen doen. Van de cognitieve effecten is vooral het werkgeheugen (de capaciteit om informatie vast te houden en te manipuleren over korte tijd) namelijk aangetast wanneer iemand langdurig cannabis gebruikt, volgens onderzoeker Andrew Mackinnon in het vakblad Addiction.
  • Slecht beoordelingsvermogen: Meer slechte en impulsieve besluiten nemen, of besluiten meer uitstellen, omdat de gevolgen van de keuzes op de lange termijn minder goed kunnen worden ingeschat.
  • Executive dysfunctie: Een brede term die problemen beschrijft met het plannen, organiseren, prioriteren en het starten van taken.
  • Minder abstract denken: Moeite met het begrijpen en verwerken van complexe, hypothetische of filosofische concepten. Dit leidt tot een grotere focus op concrete, simpele gedachten.
  • Verminderde creativiteit: Minder makkelijk nieuwe ideeën kunnen genereren of problemen op onconventionele manieren op kunnen lossen. Onderzoekers van de Nationale Universiteit van Singapore lieten in een studie uit 2023 zien hoe cannabis mensen laten denken dat ze creatiever zijn, maar dat langdurig gebruik van cannabis juist tot een afname in creativiteit leidt.

Gedragssymptomen

  • Passiviteit: Geen of nauwelijks initiatief meer tonen is een van de bekendste gedragssymptomen van amotivationeel syndroom, volgens een studie uit 2009 in The Lancet. Mensen geven ook vooral de voorkeur aan activiteiten die geen mentale of fysieke inspanning vereisen, zoals urenlang tv-kijken.
  • Verminderde productiviteit: Een duidelijke afname tonen in prestaties op het werk, school of in huishoudelijke taken. Eenvoudige, routineuze taken worden plotseling uitgesteld of niet voltooid. Dit komt onder meer door de effecten van apathie en executieve dysfunctie, volgens een studie uit 2016 in The American Journal of Alcohol and Drug Abuse.
  • Verwaarlozen van verantwoordelijkheden: Belangrijke dagelijkse activiteiten en verplichtingen, zoals het betalen van rekening, het nakomen van afspraken en de persoonlijke hygiëne, verwaarlozen.
  • Uitstelgedrag: Extreem en aanhoudend uitstelgedrag dat leidt tot ernstige negatieve gevolgen. Geen angst tonen voor dit uitstellen.
  • Laconieke houding: Onvermogen om je zorgen te maken over de negatieve gevolgen van het eigen gedrag, zelfs wanneer deze duidelijk zijn zoals het verlies van een baan. Volgens de Nederlandse verslavingsonderzoeker Emese Kroon in Psychopharmacology is dit vooral het gevolg van apathie door langdurig cannabisgebruik.

Wat zijn de oorzaken van amotivationeel syndroom?

De oorzaken van amotivationeel syndroom zijn complex en hebben verschillende mogelijke oorsprongen. Hoewel het vaak wordt gelinkt met langdurig cannabisgebruik, kan het syndroom ook ontstaan door het gebruik van bepaalde medicatie of andere middelen. Dit duidt op een onderliggend neurobiologisch mechanisme in de hersenen. Volgens wetenschappers zoals de vooraanstaande Britse neuroloog Masud Husain is echter nog veel onduidelijk over dit mechanisme en is meer onderzoek nodig om een duidelijk oorzakelijk verband te leggen.

Cannabis als oorzaak

Cannabis werd als eerste genoemd als oorzaak voor het amotivationeel syndroom. Vooral het actieve bestanddeel THC in cannabis speelt hierin een grote rol, volgens een wetenschappelijke review van neuroimaging onderzoeken in Pharmacology & therapeutics. THC beïnvloedt direct het endocannabinoïde systeem van de hersenen, dat de stemming, het geheugen en de motivatie reguleert. Met name bij chronisch gebruik van cannabis (meer dan 2 gram cannabis per week) raken de hersensystemen overprikkeld en wordt hun werking verstoord. Het natuurlijke beloningssysteem (dopaminerge systeem) vlakt dan onder meer af. Normale, dagelijkse activiteiten voelen daardoor minder belonend aan, waardoor een gebrek aan interesse zich ontwikkelt.

Jongeren zijn extra kwetsbaar voor de impact van cannabis omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn, met name de gebieden die verantwoordelijk zijn voor de zogenaamde executieve functies. Hierdoor hebben ze eerder last van een progressief verlies van inzicht, een verminderd concentratievermogen en een slecht beoordelingsvermogen. Tegelijkertijd is er wel nog discussie onder wetenschappers over de motivatieproblemen waar cannabis voor zou zorgen onder jongeren. Volgens een studie onder 505 studenten door onderzoekers van de Universiteit van Florida uit 2018 is er niet direct een verband tussen matig cannabisgebruik en een progressief verlies van motivatie tijdens adolescentie. Andere studies laten dit wel overtuigend zien voor overmatig gebruik van cannabis onder volwassenen.

SSRI’s als oorzaak

Gebruik van selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s) is een mogelijke oorzaak van amotivationeel syndroom, volgens een studie uit 2009 in The British Journal of Psychiatry. In de wetenschap wordt dit ook wel SSRI-geïnduceerde apathie genoemd. De werking van deze groep antidepressiva beïnvloedt indirect de activiteit van de dopamine-systemen in de frontale kwab. Dit hersengebied is cruciaal voor planning, besluitvorming en motivatie.

Symptomen die passen bij amotivationeel syndroom komen bij een fors deel van gebruikers van SSRI voor, hoewel percentages behoorlijk variëren (tussen de 20% en 92%). Met name sertraline (Zoloft) en paroxetine (Prozac) staan bekend om deze effecten, volgens de resultaten van een enquête onder gebruikers van antidepressiva uit 2017 in Journal of affective disorders. De apathie die voorkomt staat bovendien los van het behandelsucces van de depressie, volgens Amerikaanse onderzoekers in Journal of Psychiatric Practice. Met andere woorden, depressieve klachten kunnen verbeteren terwijl het gebrek aan motivatie en apathie juist toenemen.

Neurobiologische mechanismen

Los van de specifieke oorzaak zoals cannabis, SSRI’s of andere middelen, wijzen studies op vergelijkbare onderliggende neurobiologische mechanismen. In de lijst hieronder worden de neurobiologische mechanismen van amotivationeel syndroom opgesomd en uitgelegd.

  • Frontale kwab dysfunctie: Amotivationeel syndroom heeft een duidelijke link met verminderde activiteit in de prefrontale cortex, volgens een studie uit 2011 in Journal of addiction medicine. Dit gebied is verantwoordelijk voor executieve functies, zoals het initiëren van acties, (complexe) plannen en besluitvorming.
  • Dopamine-serotonine balans: Een verstoord evenwicht tussen het dopaminerge beloningssysteem en het serotonerge systeem ligt aan de basis van apathie, volgens een studie uit 2019 in Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry. Dopamine speelt de hoofdrol in motivatie en het ervaren van plezier (anhedonie).
  • Structurele en functionele veranderingen door middelengebruik: De hersenen kunnen zowel qua structuur als in functie veranderen door middelengebruik volgens diverse neuroimaging studies. Zo worden onder meer de anterior cingulate cortex (betrokken bij het waarnemen van fouten en de motivatie om te corrigeren) en de basale ganglia (betrokken bij de controle van beweging en gedrag) beïnvloed door middelengebruik.

Hoe herken je amotivationeel syndroom?

Je herkent amotivationeel syndroom aan motivatieverlies dat gepaard gaat met extreme apathie, sociale terugtrekking, en een plotseling gebrek aan interesse en toekomstplanning. De symptomen zijn vaak subtiel, volgens de Australische verslavingsonderzoeker Wayne Hall in The Lancet, waardoor het makkelijk verward wordt met ‘normale’ vermoeidheid of luiheid. De waargenomen klachten verergeren echter zonder ingreep, waardoor het steeds duidelijker wordt dat het niet ‘gewoon’ vermoeidheid of luiheid is.

Voor het stellen van een diagnose en het bepalen van de juiste behandeling is een zorgvuldige differentiaal diagnose noodzakelijk. Dit betekent dat andere mogelijke aandoeningen en oorzaken moeten worden uitgesloten. Amotivationeel syndroom deelt bijvoorbeeld veel kenmerken met depressie (vooral de apathie en anhedonie), volgens onderzoeker Janna Cousijn van Erasmus Universiteit in Psychopharmacology. Ook kunnen de negatieve symptomen van schizofrenie sterk lijken op amotivatie, maar dat gaat gepaard weer met psychose. Psychotische kenmerken worden niet gelinkt aan amotivationeel syndroom. Wel kunnen deze klachten het gevolg zijn van bepaalde medicijnen of drugs, zoals cannabis of SSRI-antidepressiva.

Risicofactoren

De voornaamste en meest bestudeerde oorzaken van amotivationeel syndroom hebben te maken met langdurige verstoring van het dopaminerge beloningssysteem in de hersenen, volgens een studie uit 2019 in Current Psychiatry Research and Reviews. Dit komt vooral voor bij gebruik van cannabis en SSRI-medicatie. Ook psychoactieve stoffen zoals methamfetamine en vluchtige oplosmiddelen zoals lijm snuiven kunnen de hersenen negatief beïnvloeden en leiden tot amotivationeel syndroom, volgens een studie door neurowetenschapper Panayotis Thanos uit 2016. Daarnaast is van langdurig gebruik van opiaten bekend dat ze leiden tot emotionele afvlakking en een verminderde ‘drive’.

Naast inname van bepaalde stoffen zijn er ook onderliggende risicofactoren voor amotivationeel syndroom. Personen die al kwetsbaar zijn voor stoornissen zoals depressie of schizofrenie lopen een verhoogd risico, volgens een studie uit 2014 door Noorse onderzoekers in Frontiers in psychiatry. Sommigen hebben ook genetische aanleg voor de amotiverende effecten van bepaalde stoffen. Genetische variaties in receptoren voor dopamine kunnen de efficiëntie van hersengebieden zoals de prefrontale cortex beïnvloeden, dat verantwoordelijk is voor executieve functies en planning. Daarnaast is bekend dat langdurige blootstelling aan stress of traumatische gebeurtenissen neurobiologische veranderingen kan veroorzaken, waaronder het beïnvloeden van motivatie en de emotionele respons.

Wanneer professionele hulp zoeken

Bij aanhoudend motivatieverlies van vier weken of langer is het verstandig om professionele hulp te zoeken, vooral wanneer dit gepaard gaat met aantoonbare problemen in het dagelijks leven. Amotivationeel syndroom belemmert het functioneren soms ernstig en is vaak moeilijk te onderscheiden van depressie. Professionele hulp kan verdere gevolgen voorkomen van verminderde prestaties op school of werk en verwaarlozing van de persoonlijke hygiëne of financiële verplichtingen.


Amotivationeel syndroom en cannabisgebruik

Het verband tussen cannabisgebruik en het amotivationeel syndroom is complex en wordt al sinds de jaren ’60 bestudeerd door wetenschappers. Het syndroom wordt vooral geassocieerd met chronisch en regelmatig gebruik van cannabis, met name dagelijks gebruik dat al bij adolescenten begint. Jongeren bevinden zich dan in een kritieke ontwikkelingsfase waarbij blootstelling aan hoge concentraties THC grote invloed kan hebben op de rijping van de frontale kwab.

De belangrijkste controverse waar onderzoekers nog niet over uit zijn, ligt in de vraag of cannabis het syndroom direct veroorzaakt of dat het mensen met een bestaande kwetsbaarheid voor apathie en depressie aantrekt. Niet elke chronische gebruiker van wiet ontwikkelt namelijk het amotivationeel syndroom, volgens een studie uit 2018 in The British Journal of Psychiatry. Dit wijst mogelijk op het bestaan van individuele kwetsbaarheden, zoals genetische aanleg en vroege trauma’s.

Mechanisme bij cannabisgebruik

Het amotivationeel syndroom bij cannabisgebruik wordt vooral verklaard door de manier waarop het actieve bestanddeel in cannabis THC het natuurlijke beloningssysteem verstoort, volgens onderzoeker Matthew Hall in Pharmacology & therapeutics. THC bindt zich aan cannabinoïde-1 (CB1​) receptoren in het lichaam. Deze zitten vooral in gebieden die belangrijk zijn voor motivatie en cognitie. Door THC verhoogt de afgifte van dopamine in deze gebieden, wat het plezierige gevoel geeft van het gebruik van wiet. Bij langdurige blootstelling aan THC ontstaat echter neuroadaptatie. Het beloningssysteem raakt gewend aan de hoge stimulatie en wordt minder gevoelig voor zowel THC als natuurlijke beloningen. Dit zorgt dat plezierige activiteiten niet meer plezier opleveren (anhedonie) en leidt tot een verminderde ‘drive’.

THC beïnvloedt verder de balans tussen de neurotransmitters glutamaat en GABA, volgens een studie uit 2024 door neurobiologen in het vakblad Cell. De belangrijke zenuwcellen communiceren dan minder goed tussen hersengebieden, wat bijdraagt aan klachten zoals concentratieproblemen en executieve dysfunctie. Ook veranderen de structurele en functionele verbindingen in deze hersengebieden na chronisch gebruik. Dit is de basis van langdurige veranderingen in het vermogen om te plannen en andere cognitieve problemen die worden waargenomen bij amotivationeel syndroom.


Wat is de behandeling van amotivationeel syndroom?

De behandeling van amotivationeel syndroom richt zich op het stoppen of aanpassen van de oorzaak en het herstellen van motivatie. Omdat het syndroom het gevolg is van neurobiologische aanpassingen, omvat behandeling meestal cognitieve gedragstherapie en SSRI-medicatie. De prognose voor herstel is over het algemeen goed, maar realistische verwachtingen zijn belangrijk. De hersenen hebben namelijk tijd nodig om verbindingen en zenuwactiviteit te herstellen.

Bij cannabis-geïnduceerd syndroom

Volledig stoppen met cannabis is de eerste en meest belangrijke stap in de behandeling van door cannabis-geïnduceerd amotivationeel syndroom. Vanwege de kans op heftige afkickverschijnselen gaat het stoppen bij voorkeur onder begeleiding en via geleidelijke afbouw. Vervolgens worden gedragstherapieën ingezet om te helpen met het versterken van intrinsieke motivatie en de wil om niet terug te vallen in gebruik. Naast cognitieve gedragstherapie, helpen onder meer motiverende gespreksvoering en psycho-educatie om motivatie te versterken en de duur van het herstelproces beter te begrijpen. Volledig herstel van de motivatie en cognitieve functies kan zeker zes maanden tot langer dan een jaar duren na het volledig stoppen met cannabis.

Bij SSRI-geïnduceerd syndroom

Behandeling bij SSRI-geïnduceerd amotivationeel syndroom is vooral gebaseerd op medicijnen. Allereerst is het belangrijk om de dosis van de huidige SSRI te verlagen, zoveel als de depressie of psychische aandoening dit toestaat. Dit kan symptomen verminderen of zelfs volledig laten verdwijnen. Wel is er een risico op ontwenningsverschijnselen bij het snel verlagen van de dosis door gewenning bij medicatie. Doe dit daarom altijd alleen in overleg met en onder begeleiding van een arts.

Een arts kan ook besluiten om over te stappen op een antidepressivum uit een andere groep, zoals een SNRI (serotonine-norepinephrine heropnameremmer) of een TCA (tricyclisch antidepressivum). Deze middelen hebben een ander neurochemisch profiel en verstoren het motivatiesysteem vaak minder. Als alternatief kan een tweede medicijn worden toegevoegd dat helpt bij het boosten van het dopaminerge systeem, terwijl de behandeling met een SSRI verder gaat. Bupropion helpt bijvoorbeeld met het verhogen van dopamine in de frontale cortex.

Aanvullende behandelingen

Er zijn ook aanvullende behandeling beschikbaar die het herstel ondersteunen, ongeacht de oorzaak, door het versterken van gedragsactivatie en neuroplasticiteit. In de lijst hieronder worden aanvullende behandelingen opgesomd die helpen bij amotivationeel syndroom.

  • Leefstijlinterventies: Regelmatige lichamelijke activiteit verhoogt de natuurlijke dopamine- en endorfineproductie. Het opbouwen van een dagstructuur helpt daarnaast bij het doorbreken van de cyclus van inactiviteit en passiviteit.
  • Sociale activatie: Sociale contacten en activiteiten geleidelijk hervatten. Zo worden natuurlijke beloningen opnieuw geïntroduceerd, wat helpt bij de behandeling van anhedonie.
  • Ergotherapie: Ergotherapie helpt om de uitvoerende functies te trainen en een haalbare dagelijkse routine op te stellen en te handhaven, met name in het kader van werk of studie.
  • Mindfulness en meditatie: Mindfulness therapie en meditatie helpen met het verbeteren van de aandacht. Ook kunnen ze de zogenaamde ‘brain fog’, of hersenmist, verminderen die vaak met het syndroom gepaard gaat.
  • Dieetaanpassingen: Er bestaat geen wonderdieet voor amotivationeel syndroom, maar het aanpakken van tekorten aan essentiële voedingsstoffen kan wel de hersenfuncties ondersteunen. Vooral omega−3-vetzuren en bepaalde B-vitaminen zijn hiervoor erg belangrijk.

Hoe lang duurt amotivationeel syndroom?

Het amotivationeel syndroom duurt gemiddeld minstens enkele maanden lang, maar de precieze duur hangt sterk af van de oorzaak, de duur van gebruik en welke behandeling wordt gevolgd. Hieronder wordt voor drie verschillende oorzaken beschreven wat de duur van het amotivationeel syndroom kan zijn.

  • Cannabis: Bij amotivationeel syndroom door chronisch cannabisgebruik is de geschatte duur van herstel zo’n 3 tot 12 maanden na volledig stoppen met wiet. De acute fase van anhedonie en apathie duurt meestal 1 tot 3 maanden. Het geleidelijke herstel van de motivatie en de terugkeer van een ‘drive’ kan zo’n 6 tot 12 maanden in beslag nemen. Hoe langer en zwaarder het gebruik was, hoe langer het herstel.
  • SSRI’s: Na het verlagen van de SSRI-dosering of overstap naar een ander antidepressivum, beginnen de symptomen meestal binnen 4 tot 6 weken af te nemen. De symptomen zijn volledig omkeerbaar wanneer de medicatie succesvol is aangepast of helemaal gestaakt. Dit kan soms wel een jaar of langer duren.
  • Opiaten: Het amotivationeel syndroom wordt bij langdurig gebruik van opiaten ook wel gezien als onderdeel van het Post-Acute Withdrawal Syndrome (PAWS). De anhedonie en apathie zijn in de eerste maanden het meest intens. Omdat direct stoppen met gebruik van opioïddrugs medisch niet verantwoord is, duurt het meestal minstens een half jaar tot een jaar totdat het dopaminerge systeem hersteld is.

Preventie van amotivationeel syndroom

Preventie van amotivationeel syndroom is mogelijk door je bewust te zijn van de voornaamste risicofactoren, namelijk chronisch middelengebruik en bepaalde medicatie. Het beperken van de neurobiologische belasting op het motivatiesysteem en op tijd ingrijpen bij symptomen van overbelasting helpen om het risico op amotivationeel syndroom te verkleinen.

Dit betekent concreet om cannabis niet regelmatig en voor lange tijd te gebruiken. Dat regelmatig bijwerkingen van SSRI’s worden geëvalueerd. En dat zelfmonitoring plaatsvindt op subtiele veranderingen in emoties, gedrag en cognitieve effecten. Vooral risicogroepen, zoals mensen van wie familieleden psychische aandoeningen hebben of hadden, moeten scherp zijn op het monitoren van waarschuwingssignalen van amotivationeel syndroom.


Waar kun je hulp vinden voor amotivationeel syndroom?

Je kunt hulp vinden voor amotivationeel syndroom bij verschillende zorgverleners en instanties. Voor problemen met motivatie door cannabis of ander middelengebruik is de verslavingszorg de aangewezen richting voor hulp. Deze helpen met het begeleiden van het stoppen met de drugs en bieden therapie en andere behandelingen aan. Wanneer je vermoedt dat de klachten worden veroorzaakt door SSRI’s of andere medicatie, is de huisarts of een praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) de eerste stap. Deze verwijzen meestal door naar een psychiater voor evaluatie en veilig afbouwen.


Veelgestelde vragen

Is amotivationeel syndroom permanent?

Nee, amotivationeel syndroom is bij de meeste mensen niet permanent en is omkeerbaar nadat de oorzaak is weggenomen. Het herstel van volledige motivatie en drive kan wel lang duren, gemiddeld een paar maanden tot een jaar. Bij een kleine groep chronische, zware gebruikers gaan sommige klachten echter niet meer weg door permanente schade aan hersengebieden.

Bestaat amotivationeel syndroom echt?

Ja, hoewel amotivationeel syndroom geen officiële diagnose, wordt het in de klinische praktijk wel breed erkend door artsen en therapeuten. De verzameling van symptomen is klinisch zeer relevant en leidt tot grote problemen in het dagelijks functioneren.

Krijgt iedereen die blowt amotivationeel syndroom?

Nee, het treft vooral chronische en zware gebruikers, met name degenen die op jonge leeftijd beginnen. De ontwikkeling van het syndroom hangt daarnaast af van individuele kwetsbaarheid en genetische factoren, en hoe sterk het wiet is dat gebruikt wordt (hoog THC-gehalte zoals in Spice).

Welke medicijnen veroorzaken amotivationeel syndroom?

De medicijnen die het meest geassocieerd worden met het amotivationeel syndroom zijn de selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s), een populaire groep antidepressiva.

Welk medicijn verhoogt dopamine?

Bupropion verhoogt dopamine en wordt daarom vaak ingezet als antidepressivum (en in de behandeling van rookverslaving). Ook stimulerende middelen zoals methylfenidaat (Ritalin) en amfetaminen verhogen de dopamineconcentratie in de hersenen.

bel 020 - 532 0030

Ma-Vrij van 07:00 - 22:00