Antihypertensiva: Definitie, werking, bijwerkingen, en risico's bij langdurig gebruik
Antihypertensiva zijn medicijnen die de bloeddruk verlagen en zo de kans verminderen op ernstige aandoeningen zoals een beroerte of hartinfarct. Er zijn vijf groepen antihypertensiva die op verschillende manieren effectief zijn in het verlagen van de bloeddruk: ACE-remmers en ARB’s, bètablokkers, calciumantagonisten en diuretica. Zo’n 4 miljoen Nederlanders slikt deze bloeddrukverlagende medicatie, volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen, waarmee ze tot de meest gebruikte middelen in het land behoren. Gebruik van antihypertensiva is echter niet zonder risico’s, naast de diverse bijwerkingen. Zo mag niet zomaar worden gestopt met de medicatie vanwege de kans op gevaarlijke rebound hypertensie door lichamelijke gewenning.
Op deze pagina wordt uitgebreid besproken welke verschillende antihypertensiva er zijn, wat de risico’s van gebruik zijn, en uitgelegd welke andere manieren effectief zijn voor het verlagen van de bloeddruk.
Inhoud
Wat zijn antihypertensiva?
Antihypertensiva zijn geneesmiddelen die worden voorgeschreven voor het behandelen van een te hoge bloeddruk, ook wel hypertensie genoemd. Antihypertensiva medicatie helpen om de druk in de bloedvaten te verlagen, waardoor de kans op ernstige aandoeningen zoals een beroerte, hartinfarct, en nierfalen vermindert. Ruim 15% van alle Nederlanders boven de 12 jaar heeft last van een hoge bloeddruk, volgens onderzoek door het CBS en het ministerie van Volksgezondheid en Zorg. Het aantal Nederlanders dat bloeddrukverlagende middelen gebruikt ligt nog hoger. Volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen gebruikt ongeveer één op de vier Nederlanders jaarlijks bloeddrukverlagende middelen.
Verschillende groepen antihypertensiva
Antihypertensiva worden in verschillende groepen ingedeeld, elk met een uniek werkingsmechanisme. Het AABCD-systeem is een handige geheugensteun voor de meest voorgeschreven klassen van deze bloeddrukverlagers:
- ACE-remmers: ACE-remmers verminderen de aanmaak van angiotensine II, een krachtige stof die de bloedvaten vernauwt. Door de aanmaak van deze stof te remmen, ontspannen de bloedvaten, waardoor de bloeddruk daalt, volgens de Nederlandse onderzoeker professor Teun van Gelder in Medisch-Farmaceutische Mededelingen. Voorbeelden zijn enalapril en perindopril.
- ARB’s: Angiotensine II-receptorblokkers (ARB’s) hebben een vergelijkbare werking met ACE-remmers, volgens een studie uit 2000 in American Journal of Health-System Pharmacy, maar grijpen pas later in het proces van angiotensine II in. Ze blokkeren niet de aanmaak van deze stof, maar voorkomen dat de bloeddruk hoger wordt door te verhinderen dat angiotensine II zich kan binden aan receptoren in de bloedvaten.
- Bètablokkers: Medicijnen die de effecten van adrenaline en noradrenaline op het hart blokkeren. Dit zorgt ervoor dat het hart langzamer en met minder kracht samentrekt, volgens een wetenschappelijke review uit 2017 in het medische tijdschrift Cochrane Database of Systematic Reviews, wat de bloeddruk verlaagt. Bekende bètablokkers zijn metoprolol en bisoprolol.
- Calciumantagonisten: Deze middelen blokkeren de instroom van calcium in de spiercellen van de bloedvaten. Hierdoor ontspannen de bloedvatwanden en verwijden de bloedvaten, met een lagere bloeddruk als gevolg, volgens een studie uit 2004 in The American Journal of Medicine. Voorbeelden zijn amlodipine en nifedipine.
- Diuretica: Diuretica zorgen ervoor dat de nieren meer water en zout uitscheiden via de urine, waardoor ze ook bekend staan als ‘plaspillen’. Dit effect vermindert het totale bloedvolume, volgens hypertensie-onderzoeker Michael Ernst in New England Journal of Medicine, wat de druk op de bloedvaten verlaagt. Hydrochloorthiazide is een veelgebruikt diureticum.
Hoe werken antihypertensiva?
Antihypertensiva werken door de bloeddruk via verschillende systemen in het lichaam te normaliseren. Het doel is altijd om de weerstand in de bloedvaten te verlagen en/of de hoeveelheid bloed die door het hart wordt rondgepompt te verminderen.
- ACE-remmers en ARB’s grijpen in op het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS). Dit is een complex hormonaal systeem dat de bloeddruk regelt. Door dit systeem te remmen, worden de bloedvaten ruimer, volgens onderzoeker Victor Dzau van Harvard Medical School in American Journal of Hypertension. Het duurt meestal 3 tot 6 weken voordat het maximale bloeddrukverlagende effect van ACE-remmers (zoals enalapril) en ARB’s (zoals losartan) is bereikt.
- Bètablokkers werken op het zenuwstelsel door de hartslag en de kracht van de hartcontracties te verlagen, waardoor de druk op de bloedvaten afneemt. De bloeddrukverlagende werking van bètablokkers (zoals metoprolol en bisoprolol) begint doorgaans al binnen 1 week, volgens een studie uit 2017 in Journal of the American College of Cardiology.
- Calciumantagonisten zorgen voor ontspanning van de spieren in de bloedvatwanden, volgens een studie uit 2011 in vakblad The Journal of Clinical Hypertension. Dit gebeurt doordat de instroom van calcium wordt geremd, een stof die essentieel is voor het samenspannen van spieren. Het volledige bloeddrukverlagende effect van calciumantagonisten (zoals amlodipine) treedt meestal op na 3 tot 6 weken. De werking begint echter al binnen een uur na inname.
- Diuretica verminderen het de hoeveelheid bloed door de nieren aan te zetten tot meer urineproductie. Dit verlaagt de druk in het hele vaatstelsel, volgens een studie uit 2014 in Cochrane Database of Systematic Reviews. De medicatie heeft een direct, vochtafdrijvend effect dat al binnen 1 tot 2 uur begint en 10 tot 12 uur aanhoudt. Het volledige bloeddrukverlagende effect, dat voortkomt uit de vermindering van het bloedvolume op de lange termijn, wordt echter pas na 3 tot 6 weken bereikt.
Wat zijn de meest voorkomende bijwerkingen van antihypertensiva?
De meest voorkomende bijwerkingen van antihypertensiva zijn onder meer vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn. Hieronder worden de meest voorkomende bijwerkingen opgesomd voor de verschillende groepen bloeddrukverlagende medicijnen.
ACE-remmers en hun bijwerkingen
- Kriebelhoest: Een aanhoudende, droge hoest is de meest voorkomende bijwerking van ACE-remmers en treft zo’n 10 tot 20% van de gebruikers, volgens een studie uit 2006 in het medische vakblad Chest. De kriebelhoest verdwijnt meestal binnen enkele dagen tot weken nadat men stopt met het middel. De vergelijkbare ARB’s veroorzaken juist geen kriebelhoest.
- Duizeligheid en hoofdpijn: Deze bijwerkingen treden vooral op aan het begin van de behandeling, wanneer het lichaam zich moet aanpassen aan de lagere bloeddruk, volgens wetenschappers van de Emory University School of Medicine in een studie in Annals of Internal Medicine.
- Vermoeidheid: Net als duizeligheid is vermoeidheid een veel voorkomende aanpassingsklacht bij gebruik van ACE-remmers, volgens cardioloog Sripal Bangalore in The American Journal of Medicine.
- Angio-oedeem: Een zeldzame, maar ernstige bijwerking is het plotseling opzwellen van het gezicht, de lippen, tong of keel, volgens een studie uit 2006 in Immunology and Allergy Clinics. Dit heet een angio-oedeem en vereist onmiddellijk medische hulp.
- Verhoogd kaliumgehalte: ACE-remmers kunnen een verhoging in de hoeveelheid kalium veroorzaken dat in het bloed aanwezig is, volgens klinisch onderzoek uit 2004 in New England Journal of Medicine. Dit heet hyperkaliëmie en is met name risicovol voor de nieren.
ARB’s en hun bijwerkingen
- Duizeligheid en hoofdpijn: Net als bij ACE-remmers treden deze bijwerkingen regelmatig op bij gebruikers, vooral bij de start van de behandeling, volgens Italiaanse onderzoekers in Journal of the American Heart Association.
- Vermoeidheid: Een algemene bijwerking die kan optreden.
- Angio-oedeem: Hoewel zeer zeldzaam, kan ook bij ARB’s deze ernstige allergische reactie optreden. Het risico is echter veel lager dan bij ACE-remmers, volgens een metastudie van verschillende klinische onderzoeken uit 2012 in The American Journal of Cardiology.
- Verhoogd kaliumgehalte: Net als ACE-remmers kunnen ARB’s leiden tot een verhoogd kaliumgehalte, volgens de Amerikaanse cardioloog en onderzoeker Marsha Raebel in Cardiovascular Therapeutics. Dit vereist een regelmatige controle van het bloed, vooral bij patiënten met nierproblemen, vanwege de risico’s die het heeft voor de nierfunctie.
Bètablokkers en hun bijwerkingen
- Vermoeidheid en lethargie: Vermoeidheid of lethargie is de meest voorkomende bijwerking wanneer iemand bètablokkers gebruikt, volgens geneesmiddeleninformatie van het Farmacotherapeutisch Kompas. Het hart pompt bloed trager door het lichaam na het innemen van bètablokkers, waardoor de kracht van het hart vermindert.
- Koude handen en voeten: Koude handen en voeten als bijwerking van een bètablokker wordt veroorzaakt doordat de bloedcirculatie naar de ledematen afneemt, volgens een overzichtsstudie uit 2008 in American Journal of Therapeutics.
- Verminderde prestaties en seksuele disfunctie: Omdat bètablokkers de maximale hartslag verlagen, wordt de inspanningscapaciteit beperkt. Bij mannen leidt dit soms tot erectiestoornissen, volgens Nederlandse onderzoekers in het vakblad Netherlands Heart Journal. Ook ervaren veel gebruikers verminderde sportprestaties.
- Lage bloedsuikerspiegel verbergen: Bij patiënten met diabetes kunnen bètablokkers de symptomen van een lage bloedsuikerspiegel (zoals hartkloppingen) verbergen, volgens expert en onderzoeker Janet McGill van Washington University in een studie uit 2004. Dit is daarom één van de contra-indicaties voor bètablokkers die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden.
Calciumantagonisten en hun bijwerkingen
- Hoofdpijn: Dit is een veelvoorkomende bijwerking aan het begin van de behandeling met calciumantagonisten, volgens een studie uit 2022 in Journal of Pharmaceutical Research International. Het wordt vooral veroorzaakt door de verwijding van bloedvaten in het hoofd.
- Duizeligheid en blozen: De verwijding van de bloedvaten kan leiden tot een gevoel van warmte en roodheid in het gezicht, volgens onderzoek van Yale University in Journal of Hypertension. Dit is vergelijkbaar met de effecten van alcohol op de huid en het gezicht.
- Zwelling: Zwelling van de enkels en voeten is een kenmerkende en veelvoorkomende bijwerking van calciumantagonisten, volgens bloeddrukonderzoeker Domenic Sica in The Journal of Clinical Hypertension. Het wordt veroorzaakt doordat vloeistof uit de verwijde haarvaten lekt.
- Versnelde hartslag: Sommige calciumantagonisten veroorzaken bij patiënten een snellere hartslag (tachycardie) als reactie op de daling van de bloeddruk. Het hart probeert dan de verlaagde bloeddruk te compenseren.
Diuretica en hun bijwerkingen
- Kaliumtekort: De meest voorkomende bijwerking van diuretica is een kaliumtekort, volgens een studie uit 2022 in International Journal of Nephrology and Renovascular Disease. Dit leidt bij mensen tot elektrolytstoornissen zoals spierkrampen of een ongewoon hartritme. Artsen adviseren vaak kaliumsupplementen bij langdurig gebruik van diuretica.
- Jicht: Door diuretica verhoogt de urinezuurspiegel in het bloed. Het risico op een jichtaanval neemt hierdoor toe, volgens Harvard Medical School-onderzoeker Hyon Choi.
- Verhoogde bloedsuikerspiegel: Bij langdurig gebruik leiden diuretica tot hogere bloedsuikerwaarden. Dit is een risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes type 2.
- Huidkanker: Volgens recent onderzoek kan langdurig gebruik van hydrochloorthiazide, een bekend diureticum, het risico op sommige vormen van huidkanker verhogen. Dit blijkt onder meer uit een Deense bevolkingsstudie uit 2018, gepubliceerd in Journal of the American Academy of Dermatology. De huid wordt door de medicatie namelijk gevoeliger voor UV-straling. Dit type diureticum wordt daarom niet meer als eerste keus ingezet bij patiënten die langdurige behandeling nodig hebben.
Kunnen antihypertensiva tot gewenning of afhankelijkheid leiden?
Nee, antihypertensiva zijn niet verslavend in de klassieke zin, maar je kunt tegelijkertijd niet zomaar met de medicatie stoppen vanwege de gevaarlijke reacties die kunnen ontstaan zoals rebound hypertensie. Het verschil met verslavende medicatie is dat het lichaam zich dan aan de stof aanpast zodat het de stof nodig heeft om normaal te functioneren. Het veroorzaakt daarom ontwenningsverschijnselen als de stof wordt weggelaten. Bij antihypertensiva zorgt het stoppen voor een fysiologische reactie van het lichaam, volgens een wetenschappelijke overzichtsstudie uit 2017 in Journal of Hypertension, dat niet meer door de medicatie wordt geholpen om de bloeddruk te reguleren.
Wat is rebound hypertensie?
Rebound hypertensie is een plotselinge, snelle stijging van de bloeddruk tot een gevaarlijk hoog niveau. Deze verhoogde bloeddruk treedt op wanneer iemand abrupt stopt met bloeddrukverlagende medicatie. Het lichaam heeft zich aangepast aan de aanwezigheid van de medicatie, en zonder deze plotselinge ondersteuning schiet het eigen systeem van bloeddrukregulatie door. Rebound hypertensie kan een groter gevaar vormen dan de oorspronkelijke hoge bloeddruk en leiden tot een hartaanval, beroerte of chronische nierschade. Het fenomeen komt vooral voor bij het abrupt stoppen met bètablokkers en de bloeddrukverlagende medicatie clonidine, volgens onderzoekers van Vanderbilt University in American Heart Journal. Dit gebeurt omdat deze medicijnen de neurotransmitters adrenaline en noradrenaline, die de hartslag en bloeddruk regelen, beïnvloeden.
Ontwenningsverschijnselen bij stoppen
Plotseling stoppen met het gebruik van antihypertensiva kan binnen 24 tot 48 uur leiden tot symptomen die vaak lijken op ontwenningsverschijnselen, volgens een studie uit 2017 in Journal of Hypertension. Deze symptomen zijn geen indicatie van een echte medicijnverslaving, maar een fysiologische reactie van het lichaam. Het is het gevolg van het plotseling wegvallen van de medicatie die de bloeddruk op een lager niveau hield. Hieronder worden enkele ‘ontwenningsverschijnselen’ bij het stoppen met antihypertensiva opgesomd.
- Hoofdpijn en duizeligheid: Dit zijn de eerste tekenen van de stijgende bloeddruk.
- Hartkloppingen: Het hart gaat sneller en harder kloppen als reactie op de plotselinge bloeddrukstijging.
- Angst en beven: Door de snelle veranderingen in de bloeddruk kunnen patiënten zich onrustig en nerveus voelen.
- Borst- en nekpijn: Dit kan een teken zijn van een crisis, die onmiddellijke medische hulp vereist.
Hoe kun je veilig stoppen met antihypertensiva?
Je kunt veilig stoppen met antihypertensiva door dit altijd geleidelijk en onder medische begeleiding te doen. Belangrijk is om nooit abrupt te stoppen, omdat dit kan leiden tot gevaarlijke ‘rebound hypertensie’ en andere ernstige gezondheidsrisico’s. De arts zal altijd op basis van de individuele situatie een persoonlijk afbouwschema opstellen. Volgens de NHG-Standaard Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (Nederlands Huisartsen Genootschap) kan afbouw pas worden overwogen wanneer de systolische bloeddruk (de bovendruk) onder de 150 mmHg is en er sprake is van duidelijke verbeteringen in leefstijl.
Wanneer mag je overwegen te stoppen?
Je mag overwegen te stoppen met antihypertensiva na succesvolle veranderingen in de leefstijl die de bloeddruk verlagen, bij kwetsbare patiënten (vaak op leeftijd) met meerdere aandoeningen, of wanneer er sprake is van overbehandeling en de bloeddruk te laag wordt. Hieronder worden deze aanleidingen om te stoppen met antihypertensiva uitgebreider besproken.
- Succesvolle leefstijlveranderingen: Wanneer de bloeddruk is genormaliseerd door veranderingen in het dieet, meer beweging, gewichtsverlies of het stoppen met roken. Deze veranderingen moeten langdurig hun effect hebben bewezen voordat afbouw een optie is.
- Kwetsbare ouderen: Bij oudere patiënten met meerdere aandoeningen kan de arts besluiten om de medicatie te verminderen of te stoppen. Dit wordt gedaan om het risico op bijwerkingen zoals duizeligheid en vallen te verkleinen, wat de kwaliteit van leven kan verbeteren.
- Overbehandeling: Bij overbehandeling is het bloeddrukverlagend effect van de medicatie te groot. Extreem de bloeddruk verlagen (hypotensie) kan zorgen voor gevaarlijke situaties door duizeligheid of flauwvallen.
Het afbouwschema
Een afbouwschema is een gestructureerd plan om de dosering van de bloeddrukverlagende medicatie geleidelijk te verlagen. De arts zal dit schema altijd op maat maken, waarbij rekening wordt gehouden met andere aandoeningen en individuele gezondheidskenmerken. Wel volgen afbouwschema’s bepaalde principes.
- Eén medicijn tegelijkertijd: Slechts één medicijn mag tegelijk worden afgebouwd. Iemand die meerdere bloeddrukverlagers gebruikt, mag deze dus niet tegelijkertijd afbouwen.
- Laagste dosering: Vaak wordt met de laagste dosering begonnen en wordt deze in kleine stappen verlaagd.
- Monitoring: Tijdens het afbouwen vindt altijd monitoring plaats als onderdeel van cardiovasculair risicomanagement. Wanneer de bloeddruk hoger wordt dan veilig is door het afbouwen, kan het afbouwschema worden aangepast of kan een arts medicijnen voorschrijven die op een andere manier de bloeddruk verlagen.
Wat zijn de risico’s van langdurig gebruik van antihypertensiva?
De risico’s van langdurig gebruik van antihypertensiva zijn onder meer orgaanschade, een verhoogd risico op diabetes mellitus en een permanent tekort aan kalium. In de lijst hieronder worden de risico’s van langdurig gebruik van antihypertensiva uitgebreid besproken.
- Verhoogd risico op metabole problemen: Sommige medicijnen kunnen het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 verhogen. Ze verminderen dan de gevoeligheid van insuline, volgens een studie uit 2007 in The Lancet.
- Orgaanschade: Bepaalde medicijnen kunnen de nieren beschadigen. Dit is relatief zeldzaam, volgens een studie uit 2010 in Clinical Journal of the American Society of Nephrology, en komt vooral voor bij langdurig gebruik.
- Lagere kwaliteit van leven: Bijwerkingen zoals vermoeidheid, duizeligheid of seksuele disfunctie kunnen aanhouden en de dagelijkse activiteiten beïnvloeden, volgens een studie door onderzoekers van het Cardiovascular Research Institute Maastricht in Journal of Human Hypertension.
- Elektrolytstoornissen: Langdurig gebruik van diuretica kan leiden tot een permanent kaliumtekort. De medicamenteuze behandeling kan zo spierkrampen, vermoeidheid of hartritmestoornissen veroorzaken, volgens een studie uit 2022 in International Journal of Nephrology and Renovascular Disease.
- Huidkanker: Langdurig gebruik van hydrochloorthiazide wordt gelinkt aan een verhoogd risico op bepaalde vormen van huidkanker, volgens een Deens bevolkingsonderzoek uit 2018. Het medicijn zorgt namelijk voor fotosensibilisatie, wat de huid gevoeliger maakt voor UV-straling.
Invloed op de nieren
Het langdurig gebruik van antihypertensiva heeft een aparte relatie met de nieren. Enerzijds beschermen deze medicijnen de nieren tegen schade door hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk is namelijk de belangrijkste oorzaak van nierschade en chronische nierziekte. Antihypertensiva zoals ACE-remmers en ARB’s beschermen de nieren effectief door de druk in de kleine bloedvaatjes van de nieren te verlagen. Zo wordt de progressie van nierziekten vertraagt, vooral bij patiënten met diabetes, volgens Italiaanse onderzoekers in Nature Reviews Nephrology.
Deze medicijnen kunnen echter ook negatieve effecten hebben op de nieren. Zo kunnen ze in het bloed een stijging van de hoeveelheid kalium veroorzaken, wat de nieren overbelast. Ook kan door een bloeddrukdaling de bloedstroom naar de nieren teveel verminderen, waardoor acute nierschade ontstaat, blijkt uit een brede Britse bevolkingsstudie tussen 1997 en 2014. De nieren krijgen dan onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen om goed te functioneren. Daarom is het belangrijk dat de nierfunctie gemonitord wordt tijdens het gebruik van antihypertensiva, in het bijzonder voor mensen met nierproblemen. Bij patiënten met bestaande nierziekten moet de dosis van veel bloeddrukverlagers ook worden verlaagd om overbelasting van de nieren te voorkomen.
Metabole bijwerkingen
Sommige antihypertensiva beïnvloeden de stofwisseling en leiden zo mogelijk tot metabole bijwerkingen. Van bètablokkers en diuretica is bekend dat langdurig gebruik de kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 verhoogt. Diuretica verminderen de insulinegevoeligheid en bètablokkers hebben een verhogend effect op de bloedsuikerspiegel. Vooral oudere bètablokkers kunnen verder het ‘goede’ HDL-cholesterol verlagen en de triglyceride-waarden verhogen. Dit vergroot het risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast kunnen vermoeidheid en verminderde sportprestaties als gevolg van bètablokkers indirect leiden tot gewichtstoename. Dit is een verdere risicofactor voor hoge bloeddruk en diabetes.
Alternatieven voor antihypertensiva
Alternatieven voor hypertensiva zijn met name leefstijlveranderingen zoals een ander dieet, het verminderen van zoutinname en meer lichamelijke bewegingen, waarmee de bloeddruk effectief verlaagd wordt. Sommige natuurlijke bloeddrukverlagers zoals magnesium, kalium en omega-3-vetzuren helpen bij het verlagen van de bloeddruk. Deze moeten echter vooral gebruikt worden als aanvulling op leefstijlveranderingen en medicatie en niet als vervangers hiervan.
Leefstijlveranderingen
Leefstijlveranderingen zijn de meest effectieve, niet-medicamenteuze manier om de bloeddruk te verlagen en de gezondheid van hart en bloedvaten te verbeteren, volgens veel wetenschappelijke studies en de Nederlandse Hartstichting. Het DASH-dieet (Dietary Approaches to Stop Hypertension) is een eetpatroon waarin de nadruk ligt op fruit, groenten, magere zuivelproducten en volkorenproducten. Het DASH-dieet is speciaal ontworpen om de bloeddruk te verlagen. Door de voeding wordt veel kalium, magnesium en calcium ingenomen, en een lage hoeveelheid verzadigd vet en cholesterol. Studies tonen aan dat dit dieet de systolische bloeddruk met 5-10 mmHg kan verlagen.
Ook het verminderen van de zoutinname heeft een direct effect op de bloeddruk. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) adviseert om de inname te beperken tot maximaal 6 gram per dag, oftewel een theelepel zout. Dit kan de systolische bloeddruk met 2-8 mmHg verlagen.
Daarnaast zijn het verhogen van de lichamelijke activiteit en het verliezen van overgewicht twee effectieve leefstijlinterventies om de bloeddruk te verlagen. Regelmatige intensieve activiteit, zoals vrijwel dagelijks 30 minuten stevig wandelen, kan de bloeddruk met 4-9 mmHg verlagen, volgens Amerikaanse cardiologen in een studie in Annals of Internal Medicine. Gewichtsverlies heeft ook een significant effect; elke verloren kilo kan de systolische bloeddruk met ongeveer 1 mmHg verlagen, volgens de bekende Vlaamse epidemioloog Diederick Grobbee in een studie in Hypertension.
Natuurlijke supplementen
Natuurlijke supplementen voor het verlagen van de bloeddruk kunnen een effectieve aanvulling zijn op een gezonde levensstijl en medicatie, volgens wetenschappers van de Europese Vereniging voor Hypertensie. Goed onderzochte supplementen met een bewezen werking op de bloeddruk verlagen zijn magnesium, kalium en omega-3-vetzuren. Magnesium helpt om de bloedvaten te ontspannen. Kalium helpt het lichaam bij het uitscheiden van overtollig natrium (zout). Omega-3 heeft vooral in hoge doseringen een licht bloeddrukverlagend effect.
Vraag altijd om advies van een arts voor het gebruik van supplementen. Sommige supplementen kunnen namelijk de werking van medicatie beïnvloeden en/of tot gevaarlijke interacties leiden. Een hoge kaliuminname in combinatie met ACE-remmers of ARB’s leidt bijvoorbeeld tot een gevaarlijk hoge hoeveelheid kalium in het bloed, volgens een studie uit 2012 in The Journal of Clinical Hypertension, wat nierschade kan veroorzaken.
Interacties met andere medicijnen en middelen
Belangrijke interacties van antihypertensiva met andere middelen zijn met alcohol, pijnstillers, recreatieve drugs en supplementen. In de lijst hieronder worden deze interacties uitgebreid besproken.
- Alcohol en hypertensiva: Alcohol versterkt de bloeddrukverlagende werking van antihypertensiva. Alcohol verwijdt namelijk de bloedvaten, wat op korte termijn de bloeddruk kan verlagen. In combinatie met antihypertensiva kan zo een te lage bloeddruk ontstaan (hypotensie), volgens een studie uit 2004 in American Journal of Cardiovascular Drugs. Bètablokkers en calciumantagonisten die de hartslag vertragen en ervoor zorgen dat het minder krachtig gaat kloppen, kunnen in combinatie met alcohol ook het risico op hartritmestoornissen vergroten, volgens cardioloog Arthur Klatsky in Physiology & Behavior. Daarnaast beïnvloedt regelmatig en overmatig alcoholgebruik de leverfunctie. Dit vertraagt of versnelt de afbraak van medicijnen en beïnvloedt zo de effectiviteit of mogelijke bijwerkingen.
Advies: Het advies van de geneesmiddeleninformatie van het Farmacotherapeutisch Kompas is om alcoholgebruik te beperken tot een minimale hoeveelheid, in overleg met de arts. - Pijnstillers (NSAID’s) en antihypertensiva: Pijnstillers kunnen een serieuze wisselwerking hebben met bloeddrukverlagende medicijnen, vooral NSAID’s (niet-steroïde ontstekingsremmers). NSAID’s zoals ibuprofen en naproxen remmen de productie van prostaglandinen, stoffen die de bloeddruk helpen reguleren. Dit zorgt dat vocht in het lichaam opbouwt en de bloeddruk stijgt, volgens klinisch farmacoloog Richard Day in Annals of Internal Medicine. Het effect is het grootst bij patiënten die diuretica, ACE-remmers of ARB’s gebruiken. Ook kan een combinatie van NSAID’s en ACE-remmers of diuretica het risico op acuut nierfalen verhogen, volgens een bevolkingsstudie uit 2019 in BMC Nephrology, vooral bij ouderen of patiënten met een verminderde nierfunctie. Dit komt door de gecombineerde effecten op de bloedstroom naar de nieren.
Advies: Voor pijnverlichting wordt vooral paracetamol aangeraden, volgens de geneesmiddeleninformatie van het Farmacotherapeutisch Kompas, omdat dit middel de bloeddruk niet beïnvloedt. - Recreatieve drugs en antihypertensiva: Recreatief drugsgebruik is zeer risicovol in combinatie met antihypertensiva. Het advies is daarom om recreatieve drugs te vermijden wanneer je medicijnen gebruikt zoals antihypertensiva.
- Stimulanten: Stimulerende middelen zoals cocaïne, speed en 3MMC vernauwen bloedvaten en verhogen de hartslag en bloeddruk extreem. In combinatie met bloeddrukverlagers kan dit leiden tot een ernstige bloeddrukcrisis, beroerte of hartinfarct, doordat de twee effecten tegenstrijdig zijn en het cardiovasculaire systeem ernstig belasten, volgens een studie uit 2021 in New England Journal of Medicine. MDMA (XTC) veroorzaakt ook een sterke stijging van de hartslag en bloeddruk, met vergelijkbare risico’s als hierboven beschreven, volgens Zwitserse onderzoekers in Neuropsychopharmacology.
- Cannabis: Cannabis werkt tegenstrijdig op het lichaam met eerst vaak een hogere hartslag en bloeddruk, maar vervolgens juist een daling door de effecten van de drugs. Door antihypertensiva is de bloeddruk gevoeliger, waardoor cannabis eerder kan leiden tot plotselinge hypotensie en hartritmestoornissen. Vooral bètablokkers zijn berucht in combinatie met cannabis vanwege de onverwachte reacties in hartslag en bloeddruk die het kan veroorzaken, volgens onderzoek uit 2018 in Nature Reviews Cardiology.
- Lachgas: Lachgas kan een kort durende lichte daling in bloeddruk en remming van het hartritme veroorzaken, en bij langdurig of zwaar gebruik leiden tot secundaire cardiovasculaire belasting. In combinatie met antihypertensiva kan lachgas eerder leiden tot overmatige hypotensie, volgens een studie in Anesthesiology, met duizeligheid en flauwvallen als gevolg.
- Supplementenen antihypertensiva: Verschillende supplementen hebben een wisselwerking op antihypertensiva, zoals eerder op deze pagina beschreven. Het advies is om supplementen alleen in overleg met een arts in te nemen, volgens de geneesmiddeleninformatie van het Farmacotherapeutisch Kompas.
- Kaliumsupplementen, net zoals kaliumrijke zoutvervangers, kunnen een gevaarlijke interactie aangaan met ACE-remmers en ARB’s door het creëren van een hoog kaliumgehalte in het bloed.
- Magnesium heeft zelf een licht bloeddrukverlagend effect en kan de werking van antihypertensiva versterken.
- Hoge doseringen van omega-3-supplementen, zoals visolie, kunnen de bloeddruk verlagen en in combinatie met bloeddrukverlagende medicatie leiden tot een te lage bloeddruk.
- Sint-janskruid kan de werking van veel medicijnen, waaronder calciumantagonisten zoals nifedipine, beïnvloeden. Het verlaagt dan de concentratie van het medicijn in het bloed, waardoor de effectiviteit afneemt en de bloeddruk stijgt.
Veelgestelde vragen
Voor welke hoge bloeddruk is medicatie nodig?
Medicatie voor hoge bloeddruk wordt meestal gestart bij een consistente systolische bloeddruk van 140 mmHg en hoger, en een consistente diastolische bloeddruk van 90 mmHg en hoger. Voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, zoals diabetici of nierpatiënten, ligt de grens meestal lager op 135/85 mmHg.
Welke groepen antihypertensiva zijn er?
Er zijn vijf hoofdgroepen van bloeddrukverlagers: ACE-remmers (bijv. enalapril), ARB’s (bijv. losartan), bètablokkers (bijv. metoprolol), calciumantagonisten (bijv. amlodipine) en diuretica (bijv. hydrochloorthiazide). Soms wordt hier ook wel naar verwezen als de AABCD-groepen.
Welke antihypertensiva mag je niet combineren?
Je mag ACE-remmers en ARB’s niet combineren. Deze antihypertensiva werken namelijk via hetzelfde mechanisme, waardoor de combinatie het risico op ernstige bijwerkingen verhoogt en geen extra voordeel oplevert qua effecten.
Welk medicijn mag niet worden gebruikt bij een patiënt met hypertensie?
NSAID-pijnstillers zoals ibuprofen of naproxen worden afgeraden. Deze medicijnen kunnen de bloeddruk verhogen en het risico op nierschade vergroten, vooral in combinatie met ACE-remmers of diuretica.
Wat zijn de nadelen van bloeddrukverlagers?
De belangrijkste nadelen zijn bijwerkingen, zoals duizeligheid en vermoeidheid, de noodzaak tot langdurig of zelfs levenslang gebruik in veel gevallen, en mogelijke interacties met andere medicijnen of middelen.
Wat is de eerste keus antihypertensie?
Volgens de Nederlandse richtlijnen is de eerste keuze voor de meeste patiënten een calciumantagonist of een diureticum voor het verminderen van een cardiovasculaire ziekte – of risico daarop. Bij patiënten onder de 70 wordt ook vaak gestart met een ACE-remmer. De uiteindelijke keuze hangt af van de leeftijd, eventuele andere aandoeningen en het risico op bijwerkingen.