PTSS en verslaving

PTSS en verslaving: Symptomen, oorzaken, dubbele diagnose, en behandeling

De combinatie van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en verslaving komt vaak voor en is geen teken van zwakte of falen. Volgens onderzoek in vakblad Drug and alcohol dependence heeft tussen de 50 tot 90 procent van mensen met verslaving ook trauma of PTSS. Onverwerkt trauma en verslavingsgedrag gaan namelijk hand in hand. Middelengebruik wordt vaak ingezet als snelle zelfmedicatie van de klachten van het onverwerkte trauma, of kan er toe leiden dat iemand een traumatische gebeurtenis meemaakt.

Een dubbele diagnose (PTSS én verslaving) is complex doordat beide aandoeningen elkaar versterken. Een behandeltraject moet daarom zowel het trauma als de verslaving aanpakken. Met de juiste specialistische hulp is herstel mogelijk. Een verkeerde behandeling leidt echter vaak tot terugval. Op deze pagina wordt uitgelegd wat PTSS is en bespreken we het verband met verslaving. We bespreken de symptomen waaraan PTSS kan worden herkend bij een verslaafde en leggen gedetailleerd uit wat de effectieve behandelingen zijn voor deze aandoeningen.


Wat is PTSS?

PTSS (posttraumatische stressstoornis) is een psychische aandoening die ontstaat na het meemaken of getuige zijn van een traumatische gebeurtenis. Iemand met PTSS ervaart intense of langdurige psychische klachten na triggers die lijken op deze traumatische gebeurtenis, volgens de definitie in de DSM-5, het handboek voor psychologen. Voorbeelden van zo’n trauma zijn blootstelling aan feitelijke of dreigende dood in oorlogsomstandigheden, ernstige verwonding na een auto-ongeluk en seksueel geweld.

Zo’n 1 op de 15 Nederlanders ontwikkelt PTSS na een traumatische gebeurtenis, volgens professor en psychiater Miranda Olff in Journal of Traumatic Stress. Er vinden dan functionele en structurele veranderingen plaats in specifieke hersengebieden voor de stressrespons, emotieverwerking en het geheugen. De amygdala (stressrespons) wordt actiever en slaat sneller alarm in situaties. De prefrontale cortex (emotieverwerking) remt emoties minder. En de werking van de hippocampus (geheugen) raakt verstoord, waardoor traumatische herinneringen blijven opdringen en aanvoelen alsof ze ‘nu’ plaatsvinden.

Samen leidt dit tot ernstige psychische klachten die kunnen zorgen voor copinggedrag als middelengebruik. PTSS is dus niet hetzelfde als ‘gewoon’ verdriet of stress. Het is een ernstige stoornis die professionele behandeling vereist.


Wat zijn de symptomen van PTSS?

De symptomen van PTSS zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, volgens de richtlijnen van de DSM-5: herbeleving, vermijding, meer negatieve gedachten en slechtere stemming, en een verhoogde prikkelbaarheid. In de lijst hieronder worden de bijbehorende symptomen per hoofdcategorie besproken en toegelicht.

  • Herbeleving: Ongewenste, indringende herinneringen die aanvoelen alsof het trauma opnieuw gebeurt. Ze omvatten flashbacks, intense nachtmerries, indringende gedachten, en lichamelijke reacties op triggers.
    • Flashbacks: Een plotseling, intensief gevoel van opnieuw in de traumatische situatie zijn. De beelden, geuren en geluiden worden herbeleefd alsof het in het heden gebeurt.
    • Intense nachtmerries: Terugkerende, beangstigende dromen die direct te maken hebben met het trauma. Ze kunnen zo realistisch zijn dat de slaap ernstig verstoord wordt en zorgen voor een angst om in slaap te vallen.
    • Indringende gedachten of beelden: Onvrijwillige, terugkerende gedachten, beelden of herinneringen aan de gebeurtenis die op elk moment opduiken en moeilijk te stoppen zijn. Ze doorbreken de normale gedachtestroom en veroorzaken direct angst.
    • Lichamelijke reacties op triggers: Het ervaren van intense fysieke reacties zoals paniek, misselijkheid en hartkloppingen bij blootstelling aan iets dat lijkt op of doet denken aan het trauma (een trigger).
  • Vermijding: Het actief mijden van alles wat aan het trauma zou kunnen herinneren, zowel intern (gedachten en gevoelens) als extern (situaties, plaatsen en mensen).
    • Vermijden van gedachten en gevoelens: Pogingen doen om gedachten, gevoelens of gesprekken die betrekking hebben op het trauma te onderdrukken of uit de weg te gaan. Copinggedrag hiervoor is onder meer middelengebruik, waarbij gedachten worden gedoofd of afleiding wordt gevonden in de stimulerende effecten van een drug.
    • Vermijden van externe herinneringen: Het mijden van de plek waar het trauma plaatsvond, mensen die erbij waren, of activiteiten die als gevaarlijk of herinnerend worden ervaren. Dit beperkt vaak de leefwereld, zoals een bewust langere route rijden om een bepaald kruispunt te mijden.
  • Negatieve veranderingen in denken en stemming: Aanhoudende, negatieve overtuigingen en een merkbare verandering in hoe emoties worden ervaren. Dit omvat onder meer sterke schuldgevoelens, een negatief zelfbeeld en emotionele afvlakking.
    • Schuldgevoelens en verwijten: De schuld geven aan jezelf voor de traumatische gebeurtenis of de gevolgen ervan. Dit kan zorgen voor zelfverwijten, in de trant van “Had ik maar …, dan …”.
    • Negatief zelfbeeld en wereldbeeld: Overdreven en aanhoudend negatieve overtuigingen over jezelf, anderen of de wereld hebben. Deze overtuigingen zijn vaak onrealistisch en ondermijnen de levenskwaliteit.
    • Emotionele afvlakking: Het gevoel hebben dat emoties ‘uitstaan’ of ‘gedempt’ zijn, vooral de positieve emoties. Dit wordt ook wel anhedonie genoemd, waarbij geen plezier meer ervaren kan worden.
  • Verhoogde prikkelbaarheid: Overmatig alert zijn en emoties lastiger kunnen beheersen. Dit zorgt onder meer voor mentale en fysieke uitputting, wat weer bijdraagt aan de prikkelbaarheid.
    • Overmatige waakzaamheid: Voortdurend ‘op scherp staan’, alsof er elk moment gevaar dreigt. Dit leidt tot het constant scannen van de omgeving op dreiging, wat zeer uitputtend is.
    • Slaapproblemen: Moeite hebben met inslapen of doorslapen, vaak door nachtmerries of de hyperalertheid. Dit leidt tot chronisch slaaptekort en heeft een negatief effect op het functioneren overdag.
    • Woede-uitbarstingen: Onverklaarbare of overdreven woede en irritatie, die zowel verbaal als fysiek kan worden geuit. De emoties zijn moeilijk te reguleren.
    • Concentratieproblemen: Moeite hebben met het richten of vasthouden van de aandacht, wat lezen, werken of een gesprek volgen moeilijker maakt. Dit komt voort uit de constante interne en externe alertheid van het brein, waardoor het lastiger is om niet relevante prikkels uit te sluiten.

Hoe lang duren PTSS-symptomen?

PTSS-symptomen moeten minimaal één maand aanhouden voor de diagnose PTSS. Zijn symptomen herkenbaar, maar duurden ze korter dan een maand? Dan spreekt men van een acute stressstoornis (ASS). Bij mensen met aanhoudende PTSS leiden de symptomen tot middelengebruik, als een vorm van zelfmedicatie. Chronische PTSS kan zonder behandeling jarenlang of zelfs een leven lang aanhouden. De negatieve gedachten en de hyperalertheid worden door het middelengebruik met verdovende middelen onderdrukt. Dit verergert de problematiek en lost niet de onderliggende oorzaken op.


De link tussen PTSS en verslaving is dat ze hand in hand gaan: Tussen de 50% en 90% van mensen met een verslaving heeft ook te maken met trauma of PTSS, volgens studies in Drug and alcohol dependence. De aanwezigheid van zowel PTSS als verslaving wordt een dubbele diagnose of comorbiditeit genoemd. In de Nederlandse verslavingszorg voldoet 20% tot 30% van de patiënten aan de criteria voor PTSS, volgens onderzoek door het Amsterdam Institute for Addiction Research (AIAR). Bij specifieke groepen, zoals alcoholverslaafden, is het risico op PTSS nog hoger, volgens een studie uit 2003 in vakblad Dual Diagnosis.

PTSS en verslaving werken als tweerichtingsverkeer. Dit betekent dat een post-traumatische stress stoornis verslaving kan veroorzaken en verergeren, en andersom, volgens een overzichtsstudie uit 2012 in Clinical Psychology. Iemand met PTSS ontwikkelt vaak gedrag van zelfmedicatie, waarbij verdovende middelen worden gebruikt om de klachten te onderdrukken. Middelengebruik heeft echter weer een verhoogde kans op het meemaken van een traumatische gebeurtenis, door meer riskant gedrag. Problematische middelengebruik verergert verder de symptomen van een posttraumatische stressstoornis, doordat onderliggende oorzaken niet herstellen en juist versterkt worden.


Waarom leidt PTSS tot middelengebruik?

PTSS leidt tot middelengebruik omdat alcohol, drugs of medicijnen vaak worden gebruikt voor het verzachten van symptomen, volgens Amerikaans onderzoek uit 2020 in Journal of Traumatic Stress. Door zelfmedicatie kunnen de meest storende PTSS-symptomen tijdelijk worden verlicht, zodat (beter) functioneren mogelijk is.

Angst en spanning verminderen door verdovende stoffen als alcohol, cannabis en benzodiazepinen, waardoor een tijdelijk gevoel van rust en controle ontstaat. Alcohol en benzo’s helpen ook met slapeloosheid en nachtmerries, een veelvoorkomend symptoom bij PTSS, omdat ze de hersenactiviteit vertragen. Verder kunnen sommige middelen zoals opioïden herinneringen en flashbacks tijdelijk onderdrukken, of de emotionele pijn verdoven. Soms worden stimulerende middelen zoals cocaïne gebruikt om juist tijdelijk te ontsnappen van de emotionele afvlakking en depressie.

Het zelfmedicatiegedrag creëert uiteindelijk een vicieuze cirkel die de aandoeningen in stand houdt en verergert, volgens Canadese onderzoekers in vakblad Depression & Anxiety. De tijdelijke verlichting wordt een snelle en krachtige ‘oplossing’ die het gedrag van middelengebruik versterkt. Doordat het lichaam tolerantie ontwikkelt voor de effecten, is steeds meer van het middel nodig om hetzelfde effect te bereiken. Wanneer de middelen uitgewerkt zijn, keren de PTSS-symptomen versterkt terug (rebound-effect). Dit zorgt weer juist voor nog meer gebruik om de nu verergerde symptomen te bestrijden.

Hoewel middelengebruik dus op korte termijn verlichting biedt, leidt het via deze cirkel uiteindelijk tot verslaving. Het middelengebruik verergert bovendien PTSS op de lange termijn. Het belemmert namelijk de natuurlijke emotionele verwerking van het trauma en verstoort de chemische balans in de hersenen die nodig is voor herstel, volgens neurowetenschappers in een studie uit 2017 in Genes, Brain and Behavior.


De rol van trauma in verslavingsontwikkeling

Niet alle trauma leidt tot PTSS en verslavingsgedrag. Vooral trauma in de kindertijd heeft een groot risico op latere verslaving, volgens trauma-onderzoekers in vakblad Child maltreatment. Vroeg trauma beïnvloedt namelijk direct de verdere ontwikkeling van de hersenen, met name de gebieden die betrokken zijn bij stressrespons (amygdala) en emotieregulatie (prefrontale cortex). Het ontwikkelingstrauma leidt tot een overgevoelig en voortdurend geactiveerd stressrespons-systeem in de amygdala, het angstcentrum van de hersenen. Middelen worden dan ingezet om dit chronische alarmsignaal in de hersenen te kalmeren. Een onderontwikkelde prefrontale cortex betekent dat impulsen slechter worden beheerst. Hierdoor zal iemand eerder toegeven aan middelengebruik.

De cruciale rol van vroeg trauma wordt wetenschappelijk ondersteund door de Adverse Childhood Experiences (ACE) studie. Deze identificeerde tien traumatische ervaringen in de kindertijd en legde een verband vast tussen deze traumatische ervaringen (ACE’s) en gezondheidsuitkomsten op volwassen leeftijd. Voorbeelden van deze ACE’s zijn kindermishandeling en verwaarlozing, maar ook wanneer iemand een eenmalige traumatische gebeurtenis meemaakt zoals een ongeval of aanranding. Een score van 4 of meer ACE’s verhoogt het risico op problematische middelengebruik met wel 500 tot 700 procent, volgens een Amerikaanse cohortstudie onder bijna 10.000 volwassenen in Pediatrics.

Nederlandse cijfers over kindermishandeling en seksueel misbruik zijn daarom zorgwekkend. Volgens schattingen van Veilig Thuis hebben jaarlijks 120.000 kinderen te maken met een vorm van kindermishandeling. Dit is een sterke voorspeller voor latere psychische problemen en verslaving.


Wat zijn de symptomen van PTSS bij mensen met verslaving?

De symptomen van PTSS bij mensen met verslaving zijn klachten die vaak overlappen en elkaar versterken, wat herkenning van beide stoornissen tegelijkertijd moeilijker maakt. Voor succesvol herstel is het daarom belangrijk dat beide aandoeningen in de klinische praktijk tegelijkertijd worden behandeld. In de lijst hieronder wordt een volledig overzicht gegeven van PTSS-symptomen die kunnen overlappen met verslaving.

  • Slaapproblemen: Slaapstoornissen zijn kenmerkend voor beide aandoeningen, volgens een studie uit 2014 in International Journal of Psychiatry. Bij PTSS wordt de slaap verstoord door nachtmerries en hyperalertheid. Bij middelenverslaving wordt de slaapcyclus verstoord door de effecten van de stoffen op de hersenactiviteit en mogelijke ontwenningsverschijnselen.
  • Prikkelbaarheid en woede: Prikkelbaar gedrag en woede-uitbarstingen zijn onderdeel van een posttraumatische stressstoornis. Bij een verslaving komt dit gedrag ook voor door de ontremmende werking van middelen, zoals cocaïne en amfetamines, of als een ontwenningsverschijnsel wanneer een tijd niet gebruikt wordt, volgens klinisch psycholoog Sudie Back in Addictive Behaviors.
  • Vermijdingsgedrag: Iemand met PTSS vermijdt triggers die herinneren aan het trauma, zoals bepaalde mensen, plaatsen en situaties. De verslaafde toont ook dit vermijdingsgedrag voor situaties waarin het verslavende middel afwezig is, zoals alleen uitgaan wanneer voldoende gedronken is.
  • Concentratieproblemen: Moeite hebben met concentreren is normaal bij een posttraumatische stress stoornis door de voortdurende interne alertheid, volgens een studie uit 2015 in Psychological bulletin. Het problematische middelengebruik of een gedragsverslaving zorgt echter ook voor deze cognitieve problemen, zowel direct als indirect.
  • Emotionele afvlakking: PTSS veroorzaakt een gevoel van onthechting en een onvermogen om positieve emoties te ervaren. Langdurig middelengebruik houdt niet alleen de persoon weg van gezonde coping om emoties te herstellen, maar zorgt ook van zichzelf voor emotionele afvlakking door natuurlijke dopaminetekorten.
  • Schuldgevoelens en schaamte: Mensen met PTSS hebben vaak last van schuldgevoelens over het trauma of hun reactie erop. Bij verslaving is vaak ook sprake van diepe schaamte en schuld over het gedrag en de destructieve gevolgen daarvan. Samen zorgt dit dubbele gevoel van waardeloosheid een grote belemmering voor het zoeken van hulp.
  • Sociale isolatie: Sociale isolatie is een direct gevolg van de vermijding bij PTSS, maar ook van de schaamte en het geheimzinnige gedrag rondom middelengebruik. Mensen met de dubbele diagnose trekken zich daarom eerder terug uit gezonde sociale contacten en relaties, volgens verslavingsonderzoeker Tracy Simpson in Journal of Traumatic Stress.
  • Verhoogd risico op terugval: Triggers bij PTSS kunnen onmiddellijk een herbeleving veroorzaken. Een PTSS-trigger bevordert zo ook de kans op terugval. Het zorgt namelijk voor een craving naar het middel om de getriggerde angst te dempen. Het terugvalrisico is zo bij mensen met PTSS en verslaving hoger dan bij verslaafden zonder PTSS, volgens verslavingsexpert Christopher Kahler in het handboek Trauma and substance abuse: Causes, consequences, and treatment of comorbid disorders.

Specifieke symptomen per middelentype

De psychische klachten, gedragsveranderingen en andere symptomen van PTSS en verslaving verschillen per type drug. Hieronder worden specifieke symptomen besproken van PTSS in combinatie met problematisch alcoholgebruik, een cannabisverslaving, het problematische middelengebruik van stimulantia, en benzodiazepinen en PTSS.

Alcohol en PTSS

De emotionele afvlakking van een post-traumatische stress stoornis wordt versterkt door de verdovende werking van alcohol, volgens een studie uit 2017 in Genes, Brain and Behavior. De persoon voelt zich zo niet alleen emotieloos door het trauma, maar is ook chemisch verdoofd. Dit belemmert herstel van gezonde emoties. De dempende werking van alcohol draagt verder bij aan een negatieve stemming en depressie die voorkomt bij PTSS. Gevoelens zoals hopeloosheid en een lage zelfwaarde worden dan versterkt door overmatig alcoholgebruik.

Alcohol kan black-outs veroorzaken, een tijdelijke hersenstoornis met geheugenverlies. Dit geheugenverlies bootst de dissociatie met de werkelijkheid na die bij PTSS voorkomt, volgens een Belgische studie uit 2018 in Current Addiction Reports. De realiteit van een situatie wordt zo nog ernstiger vervaagd. Tegelijkertijd heeft alcohol een ontremmend effect. De verminderde beheersing van emoties worden helemaal duidelijk op het moment dat iemand een tijd geen alcohol inneemt en last krijgt van ontwenningsverschijnselen. Dit alles verergert de woede-uitbarstingen en prikkelbaarheid die bij PTSS al voorkomen als symptoom.

Cannabis en PTSS

Cannabis biedt snelle, tijdelijke verlichting van de intense angst en spanning die horen bij PTSS-symptomen van hyperalertheid, volgens onderzoekers van de John Hopkins universiteit in Drug and alcohol dependence. Het kalmerende effect van cannabis vindt echter niet altijd plaats; sommige cannabisgebruikers ervaren juist paranoia en wantrouwen. Deze paranoia verergert dan de hyperalertheid van PTSS.

Chronisch cannabisgebruik kan een sterke daling in energie en motivatie veroorzaken. Soms leidt dit zelfs tot het amotivationeel syndroom. De motivatieproblemen versterken de afnemende interesse in activiteiten die bij PTSS voorkomt, volgens een studie uit 2016 in Psychopharmacology. Dit maakt de passiviteit erger, waardoor de persoon verder in de aandoening vast komt te zitten. De passiviteit wordt versterkt door de verdovende staat die bij langdurig gebruik van cannabis voorkomt. Dit is een vorm van emotionele vermijding. De verwerking van de pijnlijke herinneringen, gedachten en gevoelens worden hierbij geblokkeerd, wat herstel uitstelt.

Stimulantia (cocaïne, speed) en PTSS

Stimulerende drugs kunnen tijdelijk de depressieve gedachten en emotionele afvlakking van PTSS doorbreken, volgens neurowetenschapper Michael Saladin in Drug and alcohol dependence, door de effecten van extra energie en intense blijdschap. De stimulerende effecten zijn echter ook gevaarlijk omdat de middelen de hartslag, adrenaline en waakzaamheid verhogen. Dit verergert de hyperalertheid, prikkelbaarheid en overdreven schrikreactie van PTSS. Vaak is dit zo intens dat de gebruiker in een constante vecht-of-vluchttoestand terechtkomt.

Na uitwerking van de effecten volgt bij stimulerende stoffen vaak een zware ‘crash’. De gebruiker krijgt dan last van uitputting, somberheid en prikkelbaarheid doordat de balans van neurotransmitters in de hersenen moet herstellen. Tijdens deze dip worden de negatieve stemmingsveranderingen en depressie-symptomen van PTSS versterkt. Dit verhoogt het risico van verder gebruik of zelfs gedachten van zelfmoord. De overstimulatie door stimulantia en de uitputting hierna maken de gebruiker ook vaak meer prikkelbaar, volgens Yale-onderzoeker Seth Axelrod in Drug and alcohol dependence. Dit versterkt woede-uitbarstingen en conflicten met de omgeving, die al bij PTSS horen.

Benzodiazepinen en PTSS

De sterke angstremmende werking van benzodiazepinen kan de intensiteit van flashbacks en nachtmerries succesvol tijdelijk onderdrukken, volgens een oude, verkennende studie uit 1996 in The Journal of clinical psychiatry. Door de snelle tolerantieontwikkeling en de korte werkingsduur raken gebruikers echter snel afhankelijk van benzo’s om de chronische PTSS-symptomen te onderdrukken. De intensiteit van flashbacks en nachtmerries neemt onder de oppervlakte dan juist toe, doordat de hersenen niet aan herstel werken. Tegelijkertijd ontstaan cognitieve problemen bij langdurig gebruik van benzo’s, zoals geheugenverlies en concentratiestoornissen. Dit verergert de concentratieproblemen die al bij PTSS horen.

De ontwenning van benzodiazepines kan levensgevaarlijk zijn, zeker in combinatie met PTSS. Ernstige ontwenningsverschijnselen zoals epileptische aanvallen en psychose komen regelmatig voor bij abrupt stoppen met benzo’s. De ontwenning verergert bestaande PTSS-symptomen zoals hyperalertheid en schrikreacties, volgens trauma- en benzodiazepinenonderzoeker Jeffrey Guina in Journal of Psychiatric Practice. De kans op terugval om de crisis te stoppen is hierdoor erg groot.


Behandeling van dubbele diagnose PTSS en verslaving

De behandeling van PTSS en verslaving moet geïntegreerd zijn voor optimaal herstel, volgens wetenschappelijk onderzoek uit 2016 in het belangrijke tijdschrift Cochrane Database of Systematic Reviews. Dit betekent dat bij een dubbele diagnose beide aandoeningen tegelijkertijd worden aangepakt.

Een ‘opeenvolgende behandeling’ is niet effectief. Vaak leidt deze tot terugval of een gestaakte behandeling. De verslavingsbehandeling begint bij zo’n opeenvolgende behandeling apart, met detox en therapie. Hierna vindt dan pas de behandeling van PTSS plaats. Door de aanwezigheid van PTSS-symptomen is de kans op terugval tijdens de detox echter groot. Ook andersom, waarbij eerst behandeling van PTSS plaatsvindt en hierna de verslavingsbehandeling, is niet effectief. Actief gebruik van drugs belemmert namelijk de effectiviteit van traumatherapie.

Een geïntegreerde behandeling houdt onder meer in dat er veel aandacht voor het trauma is als onderliggende oorzaak van de verslaving. De behandeling is erop gericht de patiënt niet te hertraumatiseren en bouwt aan veiligheid. Een volledig behandeltraject duurt gemiddeld 3 tot 12 maanden, afhankelijk van de ernst van de klachten. Herstel is bij de meeste mensen mogelijk, maar vraagt wel tijd, geduld en professionele begeleiding.

Er zijn vier behandelfases bij een geïntegreerde behandeling van PTSS en verslaving. Stabilisatie in een veilige omgeving en detox met medische ondersteuning zijn de eerste fase. Hierna ligt de focus op emotieregulatie, waarbij de persoon leert om te gaan met emoties zonder middelen te gebruiken aan de hand van onder meer cognitieve gedragstherapie. Vervolgens begint de diepere traumaverwerking, zoals EMDR-therapie, om de kern van de PTSS aan te pakken. In de laatste fase verschuift de focus naar nazorg, het opbouwen van een nieuw leven en terugvalpreventie voor zowel de PTSS als de verslaving.


EMDR-therapie bij PTSS en verslaving

EMDR-therapie (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een van de meest effectieve interventies voor PTSS, volgens een studie door onderzoekers van de Cardiff University School of Medicine. Onder de juiste voorwaarden kan het ook bij mensen met verslaving worden toegepast. EMDR is een psychotherapie die helpt om traumatische herinneringen opnieuw te verwerken in de hersenen, waardoor de emotionele lading van de herinnering vermindert. Dit gebeurt door het ophalen van de herinnering te combineren met een afleidende taak, zoals het volgen van de vingers van de therapeut met de ogen (bilaterale stimulatie).

Bij een dubbele diagnose is de timing cruciaal. EMDR wordt meestal toegepast na een periode van stabilisatie en ontwenning, wanneer de patiënt een paar weken of maanden ‘clean’ is en in staat is om de emoties voldoende te reguleren. Volgens wetenschappelijk onderzoek is EMDR een van de meest effectieve behandelingen voor PTSS. Het vermindert tot wel 70 of 80 procent van de symptomen, volgens de Britse studie uit 2013. Het starten met intensieve traumatherapie kan echter wel tijdelijk de stress verhogen. Dit vormt een risico op terugval in middelengebruik als de persoon nog onvoldoende gestabiliseerd is.


Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een veelgebruikte behandeling die zowel PTSS als verslavingssymptomen effectief aanpakt. Het richt zich op het herkennen en veranderen van negatieve denkpatronen, bijvoorbeeld met technieken als het bijhouden van gedachtedagboeken en het uitvoeren van gedragsexperimenten. Ook helpt CGT met het ontwikkelen van gezonde copingstrategieën voor triggers en bepaalde emoties, bijvoorbeeld door exposure-oefeningen. De duur van behandelen verschilt in de klinische praktijk. Gemiddeld worden er 12 tot 20 sessies gevolgd, die wekelijks plaatsvinden.

Voor een dubbele diagnose (PTSS en verslaving) worden drie specifieke, aangepaste protocollen in cognitieve gedragstherapie gebruikt: Cognitive processing therapie (CPT), exposure therapie en terugvalpreventie.

  • CPT: Cognitive processing therapie is een specifieke vorm van gedragstherapie dat is gericht op PTSS. De persoon leert hiermee de impact van het trauma op de gedachten en overtuigingen te onderzoeken en te herstructureren.
  • Exposure therapie: Exposure therapie is een protocol waarin iemand geleidelijk en onder begeleiding blootgesteld wordt aan trauma-gerelateerde triggers. Dit helpt de angstreactie te verminderen. Het wordt pas gedaan wanneer de persoon stabiel is.
  • Terugvalpreventie: Terugvalpreventie is een protocol van CGT voor de verslaving. Het is gericht op het herkennen van situaties met een hoog risico en het oefenen met het weigeren of vermijden van gebruik.

Medicamenteuze behandeling

Medicatie kan een ondersteunende rol spelen bij de behandeling van PTSS en verslaving, maar is geen vervanging voor therapie. Het hoofddoel van farmacotherapie is om de symptomen te remmen en verlichting hiervoor te bieden, zodat de persoon effectiever andere behandelingen kan volgen. Vanwege de verschillende interacties van medicijnen, is het combineren van medicatie bij behandeling van een dubbele diagnose niet zonder risico’s. Een specialist moet bekend zijn met beide aandoeningen en regelmatig de symptomen monitoren voor veilige behandeling.

Voor PTSS zijn SSRI-antidepressiva zoals sertraline en paroxetine de eerste-keus medicijnen, volgens het Britse onderzoeksinstituut National Institute for Clinical Excellence. Deze middelen helpen bij het verminderen van angst, depressieve klachten en hyperalertheid. Soms wordt prazosine voorgeschreven, dat helpt met het verminderen van nachtmerries bij PTSS. Benzodiazepinen zijn niet aanbevolen in de behandeling van een post-traumatische stress stoornis. Deze groep kalmeringsmiddelen blokkeren namelijk traumaverwerking en hebben een zeer hoog verslavingsrisico.

Voor de verslavingsbehandeling kunnen meerdere medicijnen worden ingezet, afhankelijk van het type verslaving. Bij alcoholverslaving helpen onder meer naltrexon en acamprosaat met de ontwenning en het verminderen van cravings. Voor opioïdenverslaving wordt buprenorfine vaak ingezet, hoewel de inzet niet volledig zonder risico is door het verslavingspotentieel. Bupropion is een populair geneesmiddel bij rook- en nicotineverslaving.


Alternatieve en aanvullende behandelingen

Alternatieve en aanvullende behandelingen kunnen helpen bij herstel als ondersteuning op de primaire, evidence-based therapieën zoals EMDR en cognitieve gedragstherapie. In de lijst hieronder worden alternatieve en aanvullende behandelingen voor PTSS en verslaving besproken die bewezen effectief zijn.

  • Mindfulness-Based Stress Reduction (MBSR): Mindfulness therapie helpt bij het ontwikkelen van emotieregulatie en het verminderen van de automatische reactie op triggers. Zo kan MBSR, zoals de therapie ook wel wordt genoemd, symptomen van PTSS met wel 20 tot 30 procent verminderen, volgens een studie onder veterenan en met PTSS in vakblad Depression and anxiety. Ook helpt MBSR bij het voorkomen van terugval in middelengebruik.
  • Yoga en lichaamsgerichte therapie: Yoga en lichaamsgerichte therapie zijn gebaseerd op het idee dat trauma opgeslagen wordt in het lichaam, volgens onder meer het werk van de beroemde Nederlandse psychiater Bessel van der Kolk. Yoga en lichaamsbewustzijn helpen om de dissociatie te verminderen en in het herstel van een veilige verbinding met het eigen lichaam.
  • Neurofeedback: Neurofeedback is een behandeling waarbij onbewuste hersengolven worden getraind om stabieler te functioneren. Hoewel het veelbelovend lijkt voor het verminderen van hyperalertheid bij PTSS, is meer onderzoek nog nodig naar de effectiviteit bij een dubbele diagnose. Neurofeedback heeft wel als groot voordeel dat het volledig niet-invasief is, waardoor er geen bijwerkingen en andere gezondheidsrisico’s aan kleven.
  • Experientiële therapie (bijv. paardtherapie): Ervaringsgerichte therapieën zijn vooral nuttig voor mensen die moeite hebben met praten over hun trauma. Het werken met dieren zoals paarden kan helpen bij het opbouwen van vertrouwen, het oefenen met grenzen en non-verbale verwerking.

Zelfhulp en copingstrategieën

Verschillende zelfhulp strategieën kunnen helpen bij het omgaan met PTSS en het voorkomen van terugval in het problematische middelengebruik, volgens een studie uit 2013 in Journal of clinical psychology. Deze technieken richten zich op stabilisatie, het reguleren van emoties en het herstellen van een gevoel van controle. Ze zijn geen vervanging van professionele behandeling, maar ondersteunen wel duurzaam herstel. In de lijst hieronder worden zelfhulp en copingstrategieën voor PTSS en verslaving opgesomd en toegelicht.

  • Stabilisatie- en aardingstechnieken: Dit zijn technieken die helpen om uit de flashbacks of intense angst te komen.
    • 5-4-3-2-1 Methode: Benoem vijf dingen die te zien zijn, vier dingen die voelbaar zijn (textuur, kleding), drie dingen die hoorbaar zijn, twee dingen die te ruiken zijn en één ding dat kan worden geproefd. Dit activeert de zintuigen en haalt de persoon uit de herbeleving.
    • Aarden met het lichaam: Druk de voeten stevig op de grond en voel de zwaartekracht. Een sterke lichamelijke sensatie kan ook worden gecreëerd door bijvoorbeeld het vasthouden van een ijsblokje of een koude douche. De sensaties helpen het brein om zich op het heden te richten.
  • Emotieregulatie en tolerantie: Strategieën die helpen met het hanteren van intense emoties zonder naar middelen te grijpen.
    • STOPP-Methode: Stop met al je acties, neem een Teug adem, Observeer gedachten, gevoelens, omgeving), neem Perspectief door objectief naar de situatie te kijken, voer een Plan uit wat helpt, zoals wandelen of een sponsor bellen.
    • Afleiding: Pas gezonde manieren voor afleiding toe, zoals puzzelen, een game spelen, sporten of een hobby oppakken, wanneer de drang naar middelen of de PTSS-symptomen te sterk wordt.
    • Mindfulness: Oefen met het observeren van gedachten en emoties zonder hierover te oordelen of direct te reageren. Zo vermindert de hyperalertheid.
  • Dagelijkse structuur en zelfzorg: Een voorspelbaar en verzorgd leven leiden is nodig voor het werken naar en vasthouden van herstel. Zelfzorg is daarmee onmisbaar.
    • Ritme en routine: Creëer een vaste dagstructuur, waaronder vaste tijden voor opstaan, slapen en maaltijden. Voorspelbaarheid helpt met kalmeren van het angstige PTSS-brein.
    • Slaaphygiëne: Vermijd middelen zoals cafeïne en schermen vlak voor het slapengaan. Een donkere, koele kamer en een vaste bedtijd kunnen PTSS-symptomen als nachtmerries en slapeloosheid verminderen.
    • Regelmatige lichaamsbeweging: Beweging, van wandelen en hardlopen tot yoga, helpt bij het verwerken van overtollige adrenaline en spanning die naar boven komt door de PTSS.
  • Sociale ondersteuning en communicatie: Het doorbreken van de sociale isolatie die samengaat met PTSS en verslaving is een belangrijke voorwaarde voor duurzaam herstel.
    • Veilig netwerk: Stel een klein, betrouwbaar netwerk vast van vrienden, familie of sponsoren aan wie het veilig aanvoelt om gevoelens te doelen. Maak een plan wie gebeld kan worden bij acute stress of craving.
    • Ondersteuningsgroepen: Neem deel aan herstelprogramma’s (zoals 12-stappen groepen) of PTSS-patiëntengroepen. Het delen van ervaringen en het ontvangen van erkenning vermindert de schaamte en de schuldgevoelens.
    • Stel grenzen: Leer duidelijk en assertief grenzen te stellen voor zelfbescherming tegen triggers, situaties of mensen die een bedreiging vormen voor herstel.

Herstel en nazorg

Herstel van PTSS en verslaving is een proces dat niet stopt na de intensieve behandelfase. Nazorg is cruciaal voor duurzaam herstel. Dit is een langdurige reis die vraagt om voortdurende inzet en ondersteuning om de kans op terugval te beperken. Herstel van een dubbele diagnose valt op te delen in verschillende fases, die elk hun eigen focus en uitdagingen hebben. Hieronder wordt dit per fase van herstel uitgelegd.

  • Acute fase (0-3 maanden): De grootste focus ligt op stabiliteit en onthouding. Dit is de fase waarin de detox plaatsvindt en basale vaardigheden worden aangeleerd voor emotieregulatie, zoals aarden. De PTSS-symptomen zijn vaak nog hevig en het risico op terugval is zeer hoog.
  • Begin van herstel (3-12 maanden): Begin van diepere traumaverwerking aan de hand van bijvoorbeeld EMDR-therapie en CGT, en het opbouwen van een nieuw leven zonder middelen. Een proces waarin oude, ongezonde copingmechanismen worden vervangen en sociale reïntegratie belangrijk wordt.
  • Gestabiliseerd herstel (1-5 jaar): De focus ligt op het verstevigen van de nieuwe, gezonde identiteit. Trauma is grotendeels verwerkt en de meeste copingstrategieën zijn geautomatiseerd. Het terugvalrisico neemt af, maar kan nog steeds terugkeren bij ingrijpende levensgebeurtenissen.
  • Duurzaam herstel (5+ jaar): In deze fase is het trauma geïntegreerd in de levensgeschiedenis en is de abstinentie een natuurlijk onderdeel van het leven geworden. Terugvalrisico is laag, maar waakzaamheid en zelfzorg blijven noodzakelijk.

Nazorg en terugvalpreventie

Nazorg is een brug tussen de intensieve behandeling en een zelfstandig, stabiel leven. Het bestaat uit meerdere onderdelen. Regelmatige follow-up gesprekken met een behandelaar of casemanager helpen met het bewaken van de voortgang en maken snel ingrijpen mogelijk bij problemen. Het bezoeken van zelfhulpgroepen zoals 12-stappen groepen kunnen een belangrijke rol spelen in steun van mensen met vergelijkbare problemen. Ten slotte is het belangrijk om een crisisplan klaar te hebben liggen voor de moeilijke momenten. Dit is een uitgebreid plan met concrete stappen over wat kan worden gedaan en wie kan worden gebeld bij plotselinge flashbacks, intense cravings of stress.

Terugvalpreventie bij een dubbele diagnose van PTSS en verslaving is gericht op de unieke en complexe interactie tussen de twee stoornissen. Mensen moeten signalen van een naderende crisis op tijd leren herkennen, zoals toenemende irritatie, slaaptekort of steeds meer negatieve gedachten. Plotselinge verergering van PTSS-symptomen, zoals nachtmerries of hyperalertheid, is een grote risicofactor om weer naar middelengebruik te grijpen voor zelfmedicatie. Daarnaast zijn realistische verwachtingen belangrijk. Herstel is voor de meeste mensen geen rechte lijn. Een korte terugval is een normaal onderdeel van het langdurige proces van verandering. Het betekent niet dat de behandeling heeft gefaald, maar dat het behandelplan moet worden bijgesteld.


Waar kun je hulp vinden?

De eerste stap voor gespecialiseerde hulp is in de meeste gevallen de huisarts. Deze verwijst dan door naar de juiste instelling, GZ-psycholoog of verslavingsbehandeling. Het is ook mogelijk om direct een klinische praktijk voor dubbele diagnose te benaderen. Hier zal echter eerst vaak worden gevraagd om een doorverwijzing, zeker wanneer het geen privékliniek is.

Bij crisissituaties is het belangrijk om directe hulp te zoeken. 113 zelfmoordpreventie (0800-0113), biedt directe ondersteuning bij suïcidale gedachten of wanneer iemand in de omgeving zichzelf kan verwonden. De spoedeisende hulp of het alarmnummer 112 zijn de beste hulpopties bij levensbedreigende situaties, zoals een acute overdosis. Wanneer sprake is van dreigend levensgevaar of zelfverwonding, kan ook contact worden opgenomen met de lokale GGZ-crisisdienst.

Voor laagdrempelige hulp en informatie bij minder ernstige en acute gevallen is er online veel informatie en zelfs modules te vinden voor zelfhulp. Zo biedt de Nederlandse verslavingskliniek Jellinek online programma’s aan voor alcohol- en middelengebruik. Ook zijn er bij sommige centra online behandelmodules voor PTSS te volgen, zoals bij PsyQ. Voor emotionele en praktische ondersteuning na een traumatische ervaring biedt Slachtofferhulp Nederland ook professionele begeleiding.

Wacht in elk geval nooit met hulp zoeken. Hoe eerder een behandeling start, hoe groter en sneller de kans op volledig herstel. Bel nu naar 020 – 532 0030 en krijg advies van onze medewerkers over de meest geschikte behandelopties bij PTSS en verslaving in jouw situatie.


Veelgestelde vragen

Kan PTSS veroorzaakt worden door verslaving?

Nee, PTSS (posttraumatische stressstoornis) wordt niet direct veroorzaakt door verslaving. Wel zorgt de levensstijl rondom verslaving voor een hogere kans op het meemaken van een traumatische gebeurtenis (zoals geweld of een levensbedreigende situatie) die PTSS kan veroorzaken.

Hoe lang duurt behandeling van PTSS en verslaving?

Een intensieve, gecombineerde behandeling van PTSS en verslaving heeft gemiddeld 3 tot 12 maanden lang nodig. De exacte duur is echter erg afhankelijk van de ernst van beide stoornissen. Het volledige proces van duurzaam herstel en nazorg neemt meestal meerdere jaren in beslag (1 tot 5+ jaar).

Kan ik PTSS behandelen terwijl ik nog gebruik?

Nee, dit wordt afgeraden omdat actief middelengebruik effectieve traumatherapie onmogelijk maakt. Middelengebruik tast namelijk cognitieve functies aan en blokkeert de emotionele verwerking.

Is het mogelijk om volledig te herstellen?

Ja, volledig en duurzaam herstel is mogelijk, vooral wanneer beide aandoeningen (PTSS én verslaving) geïntegreerd en tegelijkertijd worden behandeld. Herstel betekent dat de symptomen van PTSS significant afnemen, het trauma geïntegreerd wordt in de levensgeschiedenis en er geen sprake meer is van middelengebruik.

Moet ik mijn familie vertellen over mijn PTSS en verslaving?

Openheid richting de familie, binnen grenzen die zelf worden gesteld, kan cruciaal zijn voor herstel. Het leidt tot een veilig en ondersteunend netwerk waarin begrip is voor de symptomen en gedrag, en dat hulp kan bieden als onderdeel van terugvalpreventie. Het is aan te raden om wel altijd met de therapeut een veilig plan voor openheid op te stellen.

bel 020 - 532 0030

Ma-Vrij van 07:00 - 22:00